Door deze website te gebruiken gaat u akkoord met het gebruik van cookies op de website.

Spelregels

Spelregels

Zodra je lid bent van onze vereniging kun je wedstrijden spelen. Met je teamgenoten speel je tegen andere teams. Je wilt die wedstrijden natuurlijk vooral winnen. Winnen doe je door meer doelpunten te scoren dan je tegenstander. Simpel toch?

De spelregels

Het klinkt simpel, maar is moeilijker dan je dacht. Want je tegenstander wil natuurlijk ook graag winnen. En: je moet je houden aan de spelregels. Spelregels zijn eigenlijk niets meer dan afspraken die we met elkaar maken. Dankzij duidelijke spelregels verloopt een voetbalwedstrijd sportiever, en dus leuker. Dit overzicht is zowel voor meisjes als voor jongens. Voor het gemak spreken we steeds van ‘zij’ en ‘de speelster’, maar daar kun je natuurlijk ook ‘hij’ en ‘de speler’ lezen.

Spelregelkennis

Dit spelregel overzicht is een samenvatting van de officiële spelregels. Die officiële spelregels gelden over de hele wereld. De Nederlandstalige versie van de officiële Spelregels Veldvoetbal vind je op de knvb.nl. In dit overzicht leggen we de belangrijkste regels eenvoudiger uit. Zo kun jij je spelregelkennis vergroten. En je zult merken dat hoe beter je de regels kent, hoe meer plezier je beleeft aan het
voetballen! En het helpt ook bij het behalen van je spelregel bewijs.

Het veld

Hoe ziet een voetbalveld eruit?
Een voetbalwedstrijd speel je op gras of kunstgras. Een voetbalveld is rechthoekig en op een voetbalveld staan twee doelen.

Hoe groot is een voetbalveld?
Niet alle voetbalvelden zijn precies even groot. Wel zijn er afspraken gemaakt over hoe klein of groot een veld mag zijn. In Nederland is een voetbalveld altijd minstens 100 meter lang en 64 meter breed. Het veld mag niet langer zijn dan 105 meter en niet breder dan 69 meter. Ben je een jeugdspeler in de F- of E-categorie, dan speel je op een half speelveld.

Lijnen en gebieden
Om en op een voetbalveld staan verschillende lijnen. De lijnen rondom het veld geven aan
hoe groot het veld is. De twee lange lijnen heten zijlijnen en de twee korte lijnen heten doellijnen. Een middenlijn verdeelt het voetbalveld in twee helften. Een voetbalveld heeft nog meer lijnen. Rechte lijnen of in de vorm van een cirkel. Al deze lijnen hebben verschillende betekenissen. 

In de tekening zie je de belangrijkste lijnen en gebieden van een voetbalveld:
1: Middencirkel
2: Hoekschopgebied
3: Strafschopgebied
4: Strafschopstip
5: Cirkelboog
6: Doelgebied
7: Doellijn

Uit of in

Wanneer is de bal uit? De bal is uit het spel als:

  • deze helemaal over de doellijn of zijlijn is gegaan;
  • het spel is onderbroken door de scheidsrechter.

Wanneer is de bal in? Op ieder ander moment is de bal in het spel. Dus ook als:

  • de bal terugspringt van een doelpaal, doellat of hoekvlaggenstok en in het speelveld blijft;
  • de bal terugspringt van de scheidsrechter of assistent-scheidsrechter als deze in het speelveld staat.


De bal

De bal is het belangrijkste voorwerp om te kunnen voetballen. Zonder bal kun je geen doelpunt scoren!

Wat zijn de eisen aan een voetbal? De bal:

  • is bolvormig;
  • is gemaakt van leer of ander geschikt materiaal;
  • heeft een omtrek tussen de 68 en 70 centimeter;
  • weegt tussen de 410 en 450 gram.

Voor hele jonge voetballers is de bal eigenlijk wat te groot. Daarom spelen pupillenvoetballers vaak met een kleinere bal.

Wat als de bal stukgaat?
Een voetbal is gemaakt van stevig materiaal. Daardoor kan de bal wel tegen een stootje, of beter gezegd: tegen een schop. Toch kan een bal stukgaan. De bal kan bijvoorbeeld barsten of lek raken.

Wat als de bal stukgaat tijdens de wedstrijd, dan?

  • onderbreekt de scheidsrechter de wedstrijd;
  • gaat de wedstrijd verder met een nieuwe bal;
  • laat de scheidsrechter de nieuwe bal vallen op de plek waar de oude bal stukging. Dit is niet zo als de bal stuk is gegaan in het doelgebied. In dat geval geeft de scheidsrechter namelijk een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die gelijk loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Wat als de bal stukgaat tijdens het nemen van een strafschop?
Als de bal in voorwaartse richting beweegt en stukgaat voordat deze een andere speler, de doelpaal of doellat raakt, dan mag de speler de strafschop overnemen.

Wat als de bal stukgaat terwijl deze niet in het spel is?
Als de bal stukgaat bij bijvoorbeeld het nemen van een aftrap, doelschop, hoekschop, vrije schop, strafschop of inworp, dan mag de speler de spelhervatting overdoen.

Doelpunt of geen doelpunt

Wanneer is het een doelpunt? Een doelpunt is alleen geldig als:

  • de bal helemaal over de doellijn tussen de doelpalen en onder de doellat gaat;
  • de partij die scoort geen overtreding van de spelregels heeft gemaakt.

Over de doellijn?
Voor een geldig doelpunt moet de bal dus helemaal over de doellijn zijn. Dit betekent dat de bal de doellijn niet raakt.


Het aantal speelsters

Met hoeveel speelsters speel je een voetbalwedstrijd?
Voetbal is een teamsport waarbij twee teams tegen elkaar strijden. Elk team bestaat uit hooguit elf speelsters. Daarvan is één speelster de keeper. Om een wedstrijd te mogen starten moeten beide teams uit minstens zeven speelsters bestaan. F- en E-teams bestaan uit hooguit zeven speelsters. Zij spelen op een half speelveld en dus ook met minder speelsters.

Hoeveel wisselspeelsters mag een team hebben?
Het competitiereglement geeft aan hoeveel wisselspeelsters zijn toegestaan. Dit is namelijk per (leeftijd) categorie anders. Het mogen er in ieder geval niet meer zijn dan zeven. Hoe moet je wisselen? Een team kan een speelster op het veld wisselen voor een wisselspeelster.

Hoe gaat dit wisselen?

  • Het team laat de scheidsrechter weten dat het een wissel wil.
  • Pas als de scheidsrechter toestemming geeft, mogen speelsters het veld verlaten of inlopen.
  • De wisselspeelster mag het speelveld pas inlopen als het spel stilligt en als de andere
  • speelster het veld heeft verlaten.
  • De wisselspeelster komt het veld in bij de middenlijn. De speelster die het veld verlaat mag dit
  • ook op een andere plek doen.

Kleuren

Kleuren

  • Je team moet kleding dragen met duidelijk andere kleuren dan de tegenstander,
  • de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.
  • De keepers moeten kleding dragen met duidelijk andere kleuren dan de speelsters,
  • de scheidsrechter en de assistent-scheidsrechters.




Mag je tijdens een voetbalwedstrijd sieraden dragen?
Nee, als speelster mag je niets dragen dat gevaarlijk is voor jezelf of een andere speelster. Dit geldt voor alle soorten sieraden. Alleen als je een sieraad echt niet kunt verwijderen, mag je dit met tape afplakken.

De uitrusting van de speelster

Waaruit bestaat je voetbaluitrusting? De verplichte uitrusting bestaat uit:

  • een shirt met mouwen;
  • een korte broek;
  • kousen;
  • scheenbeschermers;
  • schoenen.

Onderkleding
Onder je shirt mag je onderkleding dragen. Bijvoorbeeld als je het koud hebt. Wel moeten de mouwen van je onderkleding dezelfde kleur hebben als de mouwen van je shirt.

Slidingbroek of maillot
Onder je korte broek mag je een slidingbroek of een maillot dragen. Deze moet wel van dezelfde hoofdkleur zijn als je korte broek en niet verder komen dan tot aan de knie. De keeper mag een trainingsbroek dragen.

Scheenbeschermers
Je scheenbeschermers moet je helemaal bedekken met je kousen. De scheenbeschermers zijn gemaakt van rubber, plastic of ander geschikt materiaal.

De scheidsrechter

Wat zijn de taken van de scheidsrechter?
Elke wedstrijd staat onder leiding van een scheidsrechter. De scheidsrechter is verantwoordelijk voor het volgen van het spel en het toepassen van de spelregels. Zij werkt daarbij samen met de beide assistent-scheidsrechters.

Beslissingen van de scheidsrechter
De scheidsrechter is er om beslissingen te nemen. Hoewel zij misschien niet altijd gelijk heeft, volg je als speelster deze beslissingen op. De beslissingen van de scheidsrechter zijn bindend. Zolang het spel nog niet is hervat, mag de scheidsrechter terugkomen op haar beslissing.

De voordeelregel
De scheidsrechter mag bij elke overtreding de ‘voordeelregel’ toepassen. Bij de voordeelregel laat de scheidsrechter het spel doorspelen op het moment dat er een overtreding is gemaakt tegen het team dat de bal heeft. Zo houdt dit team balbezit en gaat het spel door. De speler die de overtreding maakte, kan achteraf een waarschuwing krijgen. De scheidsrechter doet dat als het spel stilligt

Het staken van een wedstrijd

De scheidsrechter kan besluiten om een wedstrijd stop te zetten. Dit noemen we ‘staken’. Redenen om de wedstrijd te staken zijn bijvoorbeeld:

  • weersomstandigheden of duisternis;
  • één of beide teams beschikken niet meer over ten minste zeven spelers;
  • onregelmatigheden op het veld;
  • overlast van het publiek;
  • een terrein dat onbespeelbaar wordt;
  • het uitvallen van de lichtinstallatie.

​De signalen van de scheidsrechters in het veld



​De assistent-scheidsrechters

Wat zijn de taken van de assistent-scheidsrechters?
De assistent-scheidsrechters helpen de scheidsrechter zodat de wedstrijd volgens de spelregels verloopt. De assistent-scheidsrechters adviseren de scheidsrechter. Bij elke wedstrijd zijn er twee assistent-scheidsrechters. Alleen bij wedstrijden tussen F- en E-teams zijn geen assistent-scheidsrechters verplicht, omdat daar de buitenspelregel niet van toepassing is.

De belangrijkste taak van de assistent-scheidsrechter is om aan te geven:

  • wanneer de bal buiten het speelveld is;
  • welk team recht heeft op een doelschop, hoekschop en inworp;
  • wanneer er sprake is van strafbaar buitenspel;
  • wanneer een team een wisselspeler wil inzetten;
  • wanneer hij onbehoorlijk gedrag ziet op het moment dat de scheidsrechter dit niet kan zien;
  • Wanneer hij overtredingen ziet die de scheidsrechter niet kan zien;
  • of de keeper bij strafschoppen op de doellijn blijft staan voordat de bal is getrapt;
  • of de bal bij strafschoppen over de doellijn is gegaan.

​De signalen van de assistent-scheidsrechters in het veld



Het spelen van een voetbalwedstrijd

Hoe win je een wedstrijd?
Het vele oefenen op de trainingen wil je uiteindelijk natuurlijk terugzien tijdens een echte wedstrijd. Er gaat dan ook niets boven het spelen van een voetbalwedstrijd. Daar kun je je samen met je teamgenoten meten met een tegenstander: wie scoort de meeste doelpunten?

Is er altijd een winnaar en verliezer?
Normaal gesproken hoeft een wedstrijd niet te eindigen met een winnende en verliezende partij. Als beide teams evenveel scoren, of als er helemaal niet is gescoord, is het een gelijkspel. Uitzonderingen zijn wedstrijden waaruit per se een winnaar moet komen. Bijvoorbeeld bij een toernooi. Bij een gelijke stand na het eindsignaal, speel je dan een verlenging of neem je strafschoppen. Als dit zo is, staat dit altijd in de competitiereglementen beschreven.

Hoe lang duurt een wedstrijd?
Een voetbalwedstrijd duurt 90 minuten en bestaat uit twee gelijke helften van 45 minuten. Dit geldt voor wedstrijden in het seniorenvoetbal en de A-junioren. Voor andere junioren pupillenwedstrijden gelden de volgende speeltijden:

  • B-junioren 2 x 40 minuten
  • C-junioren 2 x 35 minuten
  • D-pupillen 2 x 30 minuten
  • E-pupillen 2 x 25 minuten
  • F-pupillen 2 x 20 minuten

De rust na de eerste helft
Na de eerste speelhelft hebben de spelers en (assistent-) scheidsrechters recht op een rustperiode. Deze rust mag niet langer duren dan 15 minuten. Bijtellen van verloren tijd In een voetbal wedstrijd kan speeltijd verloren gaan.

Bijvoorbeeld door:

  • het wisselen van spelers;
  • het verzorgen van blessures bij spelers;
  • het verlaten van het veld door geblesseerde spelers;
  • tijdrekken;
  • andere redenen.

De scheidsrechter kan in elke helft tijd bijtellen voor de tijd die verloren is gegaan. De scheidsrechter bepaalt of en hoeveel tijd wordt bijgeteld.

De aftrap

Wat is een aftrap?
Een aftrap is de manier om een wedstrijd te beginnen of om het spel te hervatten. Een aftrap gebeurt:

  • aan het begin van de wedstrijd;
  • aan het begin van de tweede helft;
  • na een doelpunt;
  • aan het begin van elke verlenging.

Aan het begin van de wedstrijd
Een toss bepaalt welk team de eerste aftrap mag nemen. Bij een toss kiezen de aanvoerders van de twee teams kop of munt. De
scheidsrechter gooit een muntstuk op. De winnaar van de toss kiest op welke helft zijn team de wedstrijd start. De verliezer van de toss neemt de aftrap voor de eerste helft. Aan het begin van de tweede helft De teams wisselen van speelhelft. Het team dat de aftrap niet nam aan het begin van de wedstrijd, mag nu aftrappen. Een toss aan het begin van de tweede helft is dus niet nodig.

Na een doelpunt
Na ieder doelpunt volgt een aftrap om het spel te hervatten. Het team dat een doelpunt tegen krijgt, mag de aftrap nemen.

Aan het begin van elke verlenging
Bij een verlenging bepaalt een nieuwe toss welk team mag aftrappen. De verliezer van de toss neemt de aftrap voor de eerste
helft van de verlenging. De winnaar trapt af voor de tweede helft.

Welke regels horen bij de aftrap?

  • Alle spelers staan op de eigen speelhelft.
  • Alle tegenstanders bevinden zich buiten de middencirkel totdat
  • de aftrap is genomen.
  • De bal moet stilliggen op de middenstip.
  • De scheidsrechter geeft een fluitsignaal.
  • De bal is in het spel als deze naar voren is getrapt.
  • De speler die de aftrap neemt mag de bal niet opnieuw raken
  • voordat deze door een andere speler is geraakt.
  • Als dit wel gebeurt, geeft de scheidsrechter een indirecte vrije
  • schop aan de tegenpartij.
  • Bij iedere andere overtreding moet de aftrap opnieuw worden
  • genomen.
  • Uit een aftrap kun je rechtstreeks scoren.

De strafschop

De strafschop is een directe vrije schop, maar je neemt hem vanaf de strafschopstip. Uit een strafschop kun je rechtstreeks scoren.

De strafschopnemer
De speler die de strafschop neemt moet duidelijk herkenbaar zijn. Voor de scheidsrechter en de keeper moet het duidelijk zijn wie de strafschop neemt.

De keeper
De keeper mag zich op de doellijn verplaatsen. Hij mag niet van de doellijn afgaan tot het moment dat de bal is getrapt. Waar staan de andere spelers? Alle andere spelers staan bij een strafschop:

  • binnen het speelveld;
  • buiten het strafschopgebied;
  • achter de strafschopstip;
  • op een afstand van minimaal 9.15 meter van de strafschopstip.

Schijnbeweging
De strafschopnemer mag een schijnbeweging maken bij het nemen van een strafschop. Hij moet wel de bal direct trappen, nadat hij klaar is met zijn aanloop. Als hij vlak voordat hij de strafschop neemt een schijnbeweging maakt is dit niet toegestaan. Dit beschouwt de
scheidsrechter als onsportief gedrag en bestraft hij met een waarschuwing.

Wanneer sta je buitenspel?​
Als je als aanvaller wilt scoren, moet je op het moment dat je de bal van een medespeler krijgt, zorgen dat:

  • er minstens twee spelers van de verdedigende partij (meestal is dat de keeper plus een andere verdediger) tussen jou en het doel staan.

Bij het bepalen van de buitenspelpositie kijkt de scheidsrechter of
je hoofd, lichaam of voeten dichter bij de doellijn staan dan de bal
en de voorlaatste tegenstander. Je armen tellen niet mee bij het
bepalen van buitenspel.

Als speler sta je niet in buitenspelpositie als:

  • je op je eigen speelhelft staat;
  • je gelijk staat met de voorlaatste tegenstander;
  • je gelijk staat met de laatste twee tegenstanders;
  • je achter de bal staat.

Wanneer is buitenspel strafbaar?
In buitenspelpositie staan is geen overtreding. Het is pas een
overtreding als je in buitenspelpositie de bal krijgt aangespeeld van
een teamgenoot en je op dat moment actief meedoet met het spel.

De doelschop

Wanneer krijg je een doelschop?
Tijdens een aanval kan de bal uit het veld gaan over de achterlijn (de doellijn). Je krijgt van de scheidsrechter een doelschop als:

  • de aanvallende partij de bal het laatst raakt voordat deze over de doellijn gaat;
  • de bal helemaal over de doellijn gaat.

Met een doelschop kun je rechtstreeks scoren in het doel van de tegenpartij.

Hoe neem je een doelschop?

  • Een speler van de verdedigende partij neemt de doelschop vanaf een
  • willekeurig punt in het doelgebied.
  • De nemer mag de bal pas opnieuw spelen, als deze is geraakt door een andere speler.
  • De tegenstanders blijven buiten het strafschopgebied totdat de bal in
  • het spel is.
  • De bal is in het spel wanneer deze rechtstreeks buiten het strafschopgebied is getrapt.

Wanneer krijg je een hoekschop?
Tijdens een aanval kan de bal uit het veld gaan over de achterlijn (de doellijn). Je krijgt van de scheidsrechter een hoekschop als:

  • de verdedigende partij de bal het laatst raakt voordat deze over de
  • doellijn gaat;
  • de bal helemaal over de doellijn gaat.

Hoe neem je een hoekschop?
De bal ligt binnen de kwartcirkel van het hoekschopgebied.

  • De tegenstanders bevinden zich op minimaal 9.15 meter afstand van het hoekschopgebied,
  • totdat de bal is getrapt.
  • De nemer mag de bal pas opnieuw raken, als deze is geraakt door een andere speler.

Spelhervattingen

Wat is een spelhervatting?
Tijdens een voetbalwedstrijd ligt het spel af en toe stil. Bijvoorbeeld na een overtreding, doelpunt, blessure of als de bal uit het veld is. Daarna willen alle spelers natuurlijk weer zo snel mogelijk verder voetballen. Opnieuw beginnen met spelen noemen we ‘spelhervatting’. En daar zijn regels voor. Welke spelhervattingen zijn er? Er zijn verschillende manieren om het spel te hervatten:

  • de vrije schoppen (direct en indirect);
  • de strafschop;
  • de inworp;
  • de doelschop;
  • de hoekschop;
  • de scheidsrechtersbal.

De vrije schoppen
Twee soorten vrije schoppen In het voetbal bestaan twee soorten vrije schoppen. De directe vrije schop, de indirecte vrije schop.
De scheidsrechter beslist of je een vrije schop krijgt.  De directe vrije schop mag je rechtstreeks in het doel van je tegenstander
trappen. Bij de indirecte vrije schop mag dat juist niet: de bal moet eerst nog zijn geraakt door een andere speler.

De directe vrije schop 
Een directe vrije schop mag je dus rechtstreeks in het doel van de tegenstander trappen. Verder gelden de volgende regels:

  • Als je een directe vrije schop neemt mag je de bal zelf pas voor de tweede keer raken als hij eerst is geraakt door een andere speler.
  • Je tegenstanders staan op minimaal 9.15 afstand van de bal op het
  • moment dat de vrije schop wordt genomen.
  • Mocht je een directe vrije schop in eigen doel schieten dan geeft de
  • scheidsrechter een hoekschop aan de tegenpartij.

De indirecte vrije schop

De indirecte vrije schop mag je niet rechtstreeks in het doel van je
tegenstander trappen. Verder gelden de volgende regels:

  • Als je een indirecte vrije schop neemt kun je alleen scoren als de bal eerst geraakt is door een andere speler. Dat kan een speler van jouw team zijn of een tegenstander.
  • Je tegenstanders staan op minimaal 9.15 afstand van de bal op het moment dat de vrije schop wordt genomen.
  • Als je een indirecte vrije schop rechtstreeks in het doel van de tegenpartij trapt, geeft de scheidsrechter een doelschop.

Bij een vrije schop (direct of indirect) in het eigen strafschopgebied
moeten alle tegenstanders buiten het strafschopgebied staan en is de bal pas het spel als deze rechtstreeks uit het eigen strafschop gebied is getrapt.


De inworp

Wanneer krijg je een inworp?
Tijdens de wedstrijd kan de bal uit het veld gaan over de zijlijn. In die situatie hervat je het spel met een inworp. Je krijgt een inworp als:

  • de bal helemaal over de zijlijn gaat;
  • de tegenpartij de bal het laatst raakt voordat deze over de zijlijn gaat.
  • Met een inworp kun je niet rechtstreeks scoren.

Hoe neem je een inworp?
Als je inwerpt:

  • sta je met de voorkant van je lichaam richting het veld;
  • sta je met een gedeelte van elke voet op of achter de zijlijn;
  • houd je de bal met beide handen vast;
  • werp je de bal in van achter je hoofd en laat je deze boven je hoofd los;
  • werp je de bal in vanaf de plaats waar de bal het veld heeft verlaten.

Als je inwerpt mag je de bal pas weer raken, als deze is aangeraakt door een andere speler.

Waar staan de tegenstanders?
Alle tegenstanders moeten minimaal twee meter afstand houden van de plaats waar de inworp wordt genomen.

Buitenspel?
Bij een inworp kunnen spelers niet strafbaar buitenspel staan. ​Bij een doelschop of hoekschop kunnen spelers ook niet strafbaar buitenspel staan.


Hoe bestraft de scheidsrechter een overtreding?

Maak jij of een tegenstander een overtreding? Of gedraagt een speler zich onsportief? Dan kan de scheidsrechter een straf uitdelen. Hoe zwaarder de overtreding, hoe zwaarder de straf.

De scheidsrechter kan vier soorten straffen geven:

  • een indirecte vrije schop;
  • een directe vrije schop;
  • een strafschop;
  • disciplinaire straffen (gele en rode kaart).

Wanneer geeft de scheidsrechter een indirecte vrije schop?
De indirecte vrije schop is de lichtste straf. De scheidsrechter geeft een indirecte vrije schop aan de tegenpartij als een keeper in zijn eigen strafschopgebied één van de volgende vier overtredingen begaat:

  1. De keeper houdt de bal langer dan zes seconden in zijn handen, voordat hij deze weer in het spel brengt.
  2. De keeper raakt de bal weer met de handen aan, nadat hij deze in het spel heeft gebracht en zonder dat deze is geraakt door een andere speler.
  3. De keeper raakt de bal met de handen aan, nadat hij deze bewust toegespeeld heeft gekregen van een medespeler.
  4. De keeper raakt de bal met de handen aan, nadat hij deze rechtstreeks van een medespeler heeft ontvangen uit een inworp.

De scheidsrechter geeft ook een indirecte vrije schop aan de tegenpartij als een speler één van de vier volgende overtredingen begaat:

  1. De speler speelt op een gevaarlijke wijze, waarbij geen lichamelijk contact is tussen de spelers.
  2. De speler belemmert een tegenstander in zijn loop.
  3. De speler voorkomt dat de keeper de bal uit zijn handen in het spel kan brengen.
  4. De speler begaat een andere overtreding waarvoor de scheidsrechter het spel onderbreekt om hem te waarschuwen of van het speelveld te zenden.

Wanneer geeft de scheidsrechter een directe vrije schop?

De directe vrije schop is een zwaardere straf. De scheidsrechter geeft een directe vrije schop aan de tegenpartij als een speler één van de volgende tien overtredingen begaat:

  1. De speler trapt een tegenstander of probeert deze te trappen.
  2. De speler laat een tegenstander struikelen of probeert deze te laten struikelen.
  3. De speler springt naar een tegenstander.
  4. De speler valt een tegenstander aan.
  5. De speler slaat een tegenstander of probeert deze te slaan.
  6. De speler duwt een tegenstander.
  7. De speler brengt een tegenstander ten val.
  8. De speler houdt een tegenstander vast.
  9. De speler bespuwt een tegenstander.
  10. De speler speelt de bal opzettelijk met de hand of arm (dit geldt niet voor de keeper binnen zijn eigen strafschopgebied), of raakt de bal door met een voorwerp te gooien (schoen, scheenbeschermer etc.).

​Wanneer geeft de scheidsrechter een strafschop?
De scheidsrechter geeft een strafschop aan de tegenpartij als een speler één van de hiervoor genoemde tien overtredingen begaat in zijn eigen strafschopgebied.

Wanneer geeft de scheidsrechter een disciplinaire straf?
De scheidsrechter kan ook een zogenaamde ‘disciplinaire straf’ geven. Hij kan een speler:

  • een waarschuwing geven (gele kaart);
  • van het speelveld sturen (rode kaart).
  • Waarschuwing (= gele kaart)

De scheidsrechter bestraft een speler met een waarschuwing (gele kaart) als hij één van de volgende zeven overtredingen begaat:

  1. De speler maakt zich schuldig aan onsportief gedrag.
  2. De speler toont door woord of gebaar aan het niet eens te zijn met een beslissing van de scheidsrechter.
  3. De speler overtreedt herhaaldelijk de spelregels.
  4. De speler vertraagt de uitvoering van een spelhervatting (tijdrekken).
  5. De speler neemt niet de vereiste afstand bij een spelhervatting.
  6. De speler betreedt (opnieuw) het veld zonder toestemming van de
  7. scheidsrechter.
  8. De speler verlaat opzettelijk het speelveld zonder toestemming van de scheidsrechter.

Veldverwijdering (= rode kaart)

De scheidsrechter stuurt een speler, wisselspeler of gewisselde speler van het speelveld (rode kaart) als hij één van de volgende zeven overtredingen begaat:

  1. De speler maakt zich schuldig aan ernstig gemeen spel.
  2. De speler maakt zich schuldig aan een gewelddadige handeling.
  3. De speler bespuwt een tegenstander of een andere persoon.
  4. De speler ontneemt de tegenpartij een doelpunt of een duidelijke scoringskans, door de bal opzettelijk met de hand of arm te spelen (dit geldt niet voor de keeper binnen zijn eigen strafschopgebied).
  5. De speler ontneemt een tegenstander die zich richting doel van de tegenpartij begeeft een duidelijke scoringskans door middel van een overtreding. De scheidsrechter moet hiervoor een vrije schop of strafschop toekennen.
  6. De speler gebruikt grove, beledigende taal, of een scheldwoord en/of maakt gebaren.
  7. De speler krijgt een tweede waarschuwing in dezelfde wedstrijd.

​Overtreding of niet?
Het is natuurlijk onmogelijk om in de spelregels alle situaties te beschrijven waarin je een overtreding begaat. Mag je bijvoorbeeld je shirt uittrekken na het scoren van een doelpunt? Nee. Als je dit doet geeft de scheidsrechter je een gele kaart. Je vertraagt hiermee
namelijk onnodig het spel. Zo zie je maar, niet alle mogelijke overtredingen zijn hier genoemd. Uiteindelijk is het de scheidsrechter die beslist of hij een straf uitdeelt of niet.


Termen en begrippen

Aftrap
Een manier om het spel te beginnen of te hervatten na een doelpunt. De aftrap neem je vanaf de middenstip.

Assistent-scheidsrechter
De assistent-scheidsrechters adviseren en helpen de scheidsrechter. Zij hebben bijvoorbeeld een belangrijke rol bij het bepalen van buitenspel.

Buitenspel
Als aanvaller sta je buitenspel als er minder dan twee tegenspelers tussen jou en de doellijn staan.

Cirkelboog
De halve cirkel aan het strafschopgebied. Deze geeft de afstand aan van 9.15 meter vanaf de strafschopstip.

Competitie
In een competitie spelen meerdere teams wedstrijden tegen elkaar. Er zijn allerlei soorten competities.

Competitiereglement
In een competitiereglement staat welke regels er gelden voor die betreffende competitie.

Directe vrije schop
Een spelhervatting na een toegekende overtreding. Uit een directe vrije schop mag je rechtstreeks scoren.

Middencirkel
De cirkel op het midden van het speelveld. De cirkel is met een straal van 9.15 meter om de middenstip getrokken.

Overtreding
Op het moment dat de scheidsrechter beoordeelt dat een spelregel wordt overtreden.

Pupillen
Alles vanaf de mini-pupillen t/m de D-pupillen behoort tot het pupillenvoetbal. Zij spelen meestal op een half speelveld en met minder spelers.

Scheidsrechter
Een voetbalwedstrijd staat onder leiding van een scheidsrechter. De scheidsrechter zorgt dat iedereen de spelregels naleeft.

Doelgebied
Het gebied voor het doel in het strafschopgebied.

Doellijn
De twee korte lijnen die de breedte van het speelveld aangeven.

Doelschop
Een spelhervatting nadat de bal via de aanvallende partij over de doellijn is gegaan.

Keeper
Ieder team heeft een keeper. Deze mag als enige, binnen het strafschopgebied, de bal met zijn handen raken. Een ander woord voor keeper is doelverdediger.

Eindsignaal
Het fluitsignaal van de scheidsrechter om het einde van de wedstrijd aan te geven.

F- t/m A-categorie
De categorieën geven de leedtijdsindelingen aan bij het jeugdvoetbal. Hierbij is de jongste categorie de F-pupillen (7/8 jaar) en de oudste de A-junioren (17/18 jaar). Sinds enige tijd zijn er ook competities voor de mini-pupillen (5/6 jaar).

​Spelhervatting
De manier waarop het spel verdergaat nadat de bal buiten het speelveld is gegaan, of nadat het spel heeft stilgelegen.

Spelregels
Dit zijn de regels waaraan iedereen zich moet houden. De officiële spelregels van het veldvoetbal worden opgesteld door de IFAB (International Football Association Board) en gelden over de hele wereld. De Nederlandstalige versie hiervan vind je op knvb.nl.

Strafschop
Een directe vrije schop in het strafschopgebied. Een strafschop neem je vanaf de strafschopstip.

Scheidsrechtersbal
Een spelhervatting nadat de scheidsrechter het spel heeft onderbroken voor een reden die niet in de spelregels staat.

Senioren
Na de A-junioren maak je de stap naar het seniorenvoetbal. Je moet minimaal 15 jaar zijn om deel te mogen nemen een het seniorenvoetbal.

Hoekschop
Een spelhervatting nadat de bal via de verdedigende partij over de doellijn is gegaan.

Hoekschopgebied
De kwartcirkels aan de binnenzijde van de vier hoeken van het speelveld.

Indirecte vrije schop
Een spelhervatting na een toegekende overtreding. Uit een indirecte vrije schop mag je niet rechtstreeks scoren.

Inworp
Een spelhervatting nadat de bal over de zijlijn is gegaan.

Junioren
De leeftijdscategorieën C-, B- en A-junioren behoren tot het juniorenvoetbal.

​Strafschopgebied
Aan beide uiteinden van het speelveld is een strafschopgebied. Deze is op 16.50 meter vanaf de doellijn en op 16.50 meter vanaf de doelpalen.

Strafschopstip
In elke strafschopgebied is een strafschopstip. Deze is op 11 meter vanaf het midden van de doellijn.

Toss
Een manier om te bepalen wie de aftrap mag nemen aan het begin van de wedstrijd. De scheidsrechter gooit een muntstuk op en de aanvoerders kiezen kop of munt.

Voordeelregel
Bij de voordeelregel laat de scheidsrechter het spel doorgaan omdat het team waartegen een overtreding wordt gemaakt, de bal in het bezit houdt.

Wisselspeler
Een wisselspeler staat niet op het speelveld en doet niet actief mee aan het spel. Wel kan hij tijdens de wedstrijd in het veld komen voor een teamgenoot.

Zijlijn
De twee lange lijnen die de lengte van het speelveldaangeven.

Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!